3. Wat zijn de risico’s van langdurig gebroken vliezen?
De onderzoeken die over de risico’s gaan van langdurig gebroken vliezen, zijn meestal uitgevoerd bij alle zwangeren zonder dat er onderscheid werd gemaakt in laagrisico zwangeren zoals dat in Nederland normaal wel gedaan wordt. In de onderzoeken bevielen ook alle vrouwen in het ziekenhuis, wat de kans op een infectie kan vergroten.
Voor de zwangere
Een risico van (langdurig) gebroken vliezen voor de zwangere, is het oplopen van een infectie. In de meeste gevallen gaat het om een ontsteking van de vliezen (chorioamnionitis) in de zwangerschap of een ontsteking van het baarmoederslijmvlies (endometritis) in de kraamtijd. Een chorioamnionitis kan leiden tot een infectie bij de baby.
Een chorioamnionitis is te herkennen aan koorts (meer dan 38 graden), in combinatie met in ieder geval twee van de volgende symptomen:
- Tachycardie bij de moeder (hartslag boven de 100 bpm)
- Tachycardie bij de baby (basishartfrequentie boven de 160 bpm)
- Een gevoelige of pijnlijke buik bij aanraking
- Vruchtwater dat anders oogt of ruikt dan normaal (Tita & Andrews, 2010)
Een endometritis is te herkennen aan koorts (meer dan 38 graden), een vaak pijnlijke of gevoelige baarmoeder en onaangenaam ruikende vaginale afscheiding. Ook zijn vaak de ontstekingswaarden in het bloed verhoogd.
De kans op één van deze infecties neemt iets toe naarmate de vliezen langer gebroken zijn. Een onderzoek van Pintucci et al. (2014) liet een kans op infectie van 1,2% zien als de vliezen korter dan 24 uur gebroken waren. Wanneer de vliezen langer dan 24 uur gebroken waren, nam deze kans toe tot 2,3% (Pintucci et al., 2014). Het infectiepercentage is een stuk lager dan in de andere onderzoeken. De verklaring hiervoor is (waarschijnlijk) dat er gebruik werd gemaakt van het onderzoeken en behandelen van GBS-ziekte (Groep-B-streptokokken). Het artikel over Groep B Streptokokken (GBS) lees je hier.
In een Cochrane-review (Middleton et al., 2017) werd een significant verschil gevonden in de kans op infectie. Van de vrouwen die werden ingeleid na 24 uur had 5,4% een infectie en van de vrouwen die afwachtten met gebroken vliezen had 11% een infectie. De definitie van een infectie was alleen minder strikt dan hierboven beschreven staat, wat een overschatting van het aantal infecties kan geven. In geen van beide groepen ontstonden ernstige complicaties bij de vrouwen. De onderzoekers noemen zelf de kwaliteit van het onderzoek laag, door de opzet van de verschillende studies. In deze studie werd geen verschil in keizersneden gevonden. Wel werd er meer hyperstimulatie van de baarmoeder gezien in de groep inleidingen wanneer zij werden ingeleid met misoprostol. Hoewel dit meestal wordt geassocieerd met een minder goede conditie van de baby, werd dat verschil niet gevonden (Middleton et al., 2017).
Er is weinig goede wetenschappelijke informatie beschikbaar over wanneer de vliezen langer dan 72 uur gebroken zijn. De meeste vrouwen zijn dan al bevallen (al dan niet met behulp van een inleiding). In één onderzoek beviel het grootste deel van de vrouwen die afwachtten binnen vier-en-een-halve dag (Hannah et al., 1996).
Voor het kind
Voor het kind blijft de kans op infectie als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn nagenoeg gelijk: van 2,5% naar 2,8% (Pintucci et al., 2014). Een ander en ouder onderzoek laat zien dat er geen verschil is in infectie bij het kind (Hannah et al., 1996), alhoewel in de afwachtende groep vaker antibiotica werd toegediend.
Indien er bij de moeder tijdens de baring verdenking is op een infectie, stijgt het risico voor een infectie bij de baby naar 12,5% (Pintucci et al., 2014).
Het eerder benoemde Cochrane-review, laat geen significant verschil zien in bewezen infecties bij de baby (Middleton et al., 2017). In geen van de onderzoeken werd een significant verschil gezien in babysterfte bij inleiden ten opzichte van afwachten. De onderzoeksgroepen zijn wellicht te klein om dit verschil te kunnen aantonen, omdat dit een zeldzame gebeurtenis is.
De baby’s waarvan de moeder werd ingeleid na 24 uur gebroken vliezen kregen minder vaak preventief antibiotica dan wanneer er werd afgewacht op een spontane start van de baring (7,5% versus 13,7% (Hannah et al., 1996). Dit zou verklaard kunnen worden door de iets hogere kans op infectie bij de moeder bij afwachten. Ondanks het verschil in percentage antibiotica tussen de twee groepen is er dus géén verschil in infecties bij de baby.
Baby’s waarvan bij de moeder de baring ingeleid werd, werden minder vaak langer dan 24 uur opgenomen op de NICU, dan baby’s waarbij de bevalling niet werd ingeleid (6,6% versus 11,6%) (Hannah et al., 1996). Omdat er geen/een heel minimaal verschil is in infectie bij de baby, moeten we ons afvragen waar deze cijfers vandaan komen. Het zou kunnen dat de baby’s waarbij de vliezen langer dan 24 uur gebroken waren, sneller preventief opgenomen worden, ook al is dit wetenschappelijk niet onderbouwd. Er was geen verschil in andere uitkomsten zoals Apgarscores, noodzaak tot beademing, insulten door zuurstoftekort of voedingsproblemen in de eerste 48 uur (Hannah et al., 1996).